Biografie van Boer Jan 

Geboren op 2 april 1943 te Wilp Achterhoek – Overleden op 17 juli 2020 te Twello

Ik ben geboren in Wilp Achterhoek op een kleine boerderij net buiten het dorp. Ik was de jongste en heb vier zussen boven mij. Voor mijn ouders was het hard werken op de boerderij om rond te komen. Mijn vader is op jonge leeftijd overleden. Mijn moeder en mijn zusters konden de boerderij niet alleen voortzetten, dus werd ik van school gehaald om op de boerderij te werken. Ik was toen ongeveer 12 jaar oud en de 6e generatie op de boerderij. Het verlies van mijn vader viel mij zwaar. Ik was mijn maatje en mijn voorbeeld kwijt en moest hard werken om het hoofd boven water te houden. Het was een moeilijke tijd voor mij.

We hadden een gemengd boerenbedrijf met ongeveer 15 varkens en 6 koeien en een aantal kippen. Langzaam kwamen er meer varkens en koeien bij. Ik was voorzichtig aan het groeien. Na vele jaren leerde ik Ans kennen. Ze woonde best ver weg voor die tijd, maar ik kon wat vrije tijd vinden om daar af en toe op zondag heen te gaan. We trouwden snel en binnen een jaar kregen wij onze eerste zoon Hans. Wat was ik trots. Een eigen gezin. Niet veel later kwam onze dochter, Anja en nog iets later verwelkomden we onze Jose. Een wolk van een dochter, die wij helaas maar een maand bij ons mochten hebben. Ze is overleden aan wiegendood. Het valt niet mee om je eigen kind weg te brengen. Dit was weer een zware tijd, maar de boerderij gaat door, dus het verdriet maar wegstoppen en doorgaan.

Gelukkig kregen we er nog twee gezonde kinderen bij zodat we een mooi gezin hadden. Met Hans, Anja, Arie en Thea als opgroeiende kinderen valt het niet mee om alle eindjes aan elkaar te knopen. Toch kon ik intens genieten van het opgroeien van hen. Op de boerderij is het moeilijk om te investeren als je weinig hebt. Het is soms lastig om te kiezen of je een fiets kunt kopen voor je dochter, waar ze al maanden om zit te zeuren of investeren in de machine die kapot is gegaan. Gezin gaat voor, en de machine oplappen doe ik dan zelf wel in de avonduren.

Boeren ging met vallen en opstaan. We hadden het niet breed, maar het ging. Al ons geld ging op aan eten en voer voor de dieren. Kleding werd zelf gemaakt en onderhoud aan het huis en de gebouwen moest later maar gebeuren. Ik geniet van het gezin en de aanloop van de mensen uit de buurt. Voor hen altijd een bak koffie en een praatje. Ik houd van mensen om mij heen, ook al houdt dat in dat ik s’ avonds langer door moet werken.

Toen kwam de mond en klauwzeerziekte. Alles ging op slot en je kon niets meer. Geen dier mocht meer van de boerderij af en daarom had ik ook geen inkomen meer. De stallen lagen overvol. Uit armoede is mijn vrouw Ans gaan werken buiten de deur en zelf moest ik dat ook gaan doen. Ik kon uiteindelijk terecht bij de groenvoorziening in de stad Apeldoorn. Ik wist er niets, ik kom nooit in de stad, maar een goede collega (ik had voor het eerst collega’s) hielp mij er doorheen.

‘s Morgens nog vroeger op om eerst te melken en te voeren. Dan naar het werk, waar ik onderweg mijn ontbijt op at. Daar de hele dag in de weer met zware machines en ‘s avonds snel eten en dan weer melken en voeren. Na die tijd moest ik dan ook nog de andere werkzaamheden doen van de boerderij. Wat een heftige tijd. Dat heeft veel van mij geëist.

Mijn gezondheid ging achteruit. Een lekkende hartklep en door de slechte ventilatie in de varkensstallen deden mijn longen het ook niet zo best meer. Ook kreeg ik verschijnselen van parkinson. Ik moest een moeilijke keuze maken om te overleven en de boerderij te redden. De varkens moesten weg en ik moest het rustiger aan gaan doen. De koeien bleven, maar er was wel alweer minder inkomen. Ook was het weinige spaargeld opgegaan aan de crisis mond en klauwzeer.

Tot overmaat van ramp kregen we wat later ook te maken met de gekkekoeienziekte en het melkquotum zodat ik niet meer koeien erbij kon nemen. Hard werken en weinig inkomen. Ik wist soms niet of ik nog wel wat vlees op mijn bord kreeg. Toch hou ik van mijn werk als boer.

Er waren ook mooie dingen op de boerderij. Zo was er een koe die bij mij 100.000 liter melk had gegeven. Van de melkfabriek kregen we een grote fruitmand met een kaart. Wat was ik trots op de koe. Ik vond het fijn om de koeien met de hand te melken. Met die machines had ik niet zo veel. Dat was meer voor mijn jongens. De kinderen werden ouder en mijn tweede zoon, Arie, wilde de boerderij wel voortzetten, samen met mij in een maatschap. Ook ging hij een maatschap aan met het bedrijf van zijn schoonouders. Daarnaast werkte hij een aantal dagen per week bij een bedrijf dat aggregaten maakt, om toch voldoende inkomsten te krijgen. Uit onze boerderij komt te weinig inkomen voor twee boeren. Zijn relatie liep op de klippen en daarom ging ook de maatschap niet verder. Wel bleef hij mij helpen op de boerderij. Dat is fijn.

De boerderij loopt op een dood spoor, omdat ik niet het vermogen heb gehad om te groeien en de gezondheid achteruit ging. De tijd zat mij niet mee en alle boeren worden door de regering gekort. Toch gaat de boerderij door, want de koeien moeten vreten en de mais moet van het land.

Ik werd weer ziek. Prostaatkanker dit keer. Een erg zware periode met ziekenhuis in en ziekenhuis uit. Uiteindelijk ben ik geopereerd en zijn er van die moderne chemische staafjes ingebracht. Hier was ik erg moe van, maar de koeien moeten gemolken worden. De boerderij gaat door. Weinig tijd voor herstel dus, alleen iets rustiger aan omdat Ans en Arie mij goed helpen.

Toch genoot ik van mijn werk en het leven. Familie en buren kwamen geregeld langs voor een bak koffie en een praatje.  ’s Avonds een borreltje en ik zal die man van dat tv-programma nooit vergeten. Man bijt hond heet dat programma geloof ik. Nooit van gehoord. Wat moeten die lui toch op mijn boerderij. Laat ik ze maar koffie geven. Ik kwam op de televisie en men kon mij niet verstaan. Wat heeft iedereen gelachen en wat kreeg ik veel reacties. Dat was toch wel erg leuk.

De aftakeling begint, maar zo oud ben ik ook nog niet. Ik kan nog niet met pensioen (niet dat ik dit van plan ben). Af en toe begin ik dingen te vergeten en komen er zwarte gaten in mijn geheugen. Ik begin dement te worden. Het wordt van kwaad steeds erger. Hoe moet dat met de boerderij, met Ans en de kinderen? Kan Ans nog wel wonen in ons krakkemikkige boerderijtje? Gaten zitten in het dak, binnen vriest het harder dan buiten en de wanden staan krom in het huis. Hoe moet dit allemaal nog goed komen! Zorgen, zorgen en ……. Wat dacht ik ook al weer? O, ja kalveren voeren! Ans is mijn steun en mijn gedachten tegelijk. Wat zal dit moeilijk voor haar zijn.

Tijdens het melken kom ik ten val en breek mijn heup. Als ik in het ziekenhuis lig weet ik niet wat er gebeurd is en waar ik ben. Zo kan het niet langer. Ik word opgenomen in een verzorgingstehuis in Twello, waar ik niet meer uit kan. De deuren zijn op slot en Ans komt mij iedere dag bezoeken. Hoe is het met de boerderij? Ik moet voeren en melken. Op een gegeven moment komt er niemand meer. Helemaal alleen zonder bezoek. De wereld zit op slot zegt men. Er is een virus die corona heet. Ik ken haar niet. Ik voel mij eenzaam en in de steek gelaten. Helemaal alleen, en ik kan het niet alleen.

De boerderij is niet meer echt een boerderij. Het huis is afgebroken en Hans heeft een nieuw huis laten bouwen, waar hij op de eerste verdieping gaat wonen. Ans woont op de begane grond. Eindelijk een goed huis zonder vocht en kou voor hen.

Op 76-jarige leeftijd is Jan Nijman overleden aan de gevolgen van ouderdom, eenzaamheid en dementie. Hij ligt opgebaard in de slaapkamer van Ans in het nieuwe huis. De oude boerderij is net een paar weken eerder afgebroken en weggehaald. Op de dag van Jan zijn begrafenis wordt hij door zijn familie uit huis geleid langs de stallen naar de weide, waar nog een aantal kalveren van hen lopen. Daar staan ze nog een keer stil en Ans voert de kalveren nog een laatste keer in Jan ‘s bijzijn, als eerbetoon aan Jan en het boerenleven.

Na de kerkdienst wordt Jan naar mijn laatste rustplaats gebracht, vlak bij zijn overleden lieve dochter Jose.

Jan Nijman, Boer in hart en nieren, die ondanks het harde werken van het leven en zijn familie genoot.

Rust zacht Jan, je hebt eindelijk rust verdiend.